vrijdag 8 mei 2009

Frida


Op 5 November 2005 had ik een afspraakje met het mooiste meisje van de hele wereld.

Ze droeg haar blonde haren los, een beetje krul. De rode sjaal die ik later nog zo goed heb leren kennen zachtjes om haar nek, expres losje, zo stond ze toe dat ik haar nek stiekem zag.
Ik was verliefd, zij werd verliefd. Alles was leuk en mooi en goed.
Ik tekende haar gezicht op een servetje en zei dat ik nooit een foto wou. Ze heeft me er nooit een gegeven.

Ik vroeg je of je een ander had.
Jij zweeg.
Ruzie, geschreeuw en goedmaken, je huilde en ik troostte je in mijn armen.
Toch was het afgelopen daarna.

Ik sprak Max net, naar aanleiding van maandag;
Hij wist niet of je nu iemand had.
Maar
Je had toen geen ander.
Althans, niet toen ik het je vroeg.
Omdat de jongen die jij al zo’n acht maanden achter mijn rug om zag, een week voordat ik het vroeg, jou verlaten had.

Ik wil het uit jouw mond horen.
Hoe hij tussen ons in kon komen, hoe ik jou weg had laten glippen, waarom je dan toch ook bij mij bleef.
Maar ik wil je niet zien.
Ik wil kwaad op je zijn, op je kunnen blijven,

Als ik je zou zien, zouden je blonde lokken, je verstopte nek en je geur me meteen weer verleiden.
Jij zou me vertellen dat het niets was, dat hij jou niet verlaten heeft maar jij hem, dat je ineens besefte waar je mee bezig was en dat je mij niet kwijt wou.
Je zou liegen dat je van me houdt en ik zou het geloven, omdat ik het zo graag wil geloven.

Huilde jij om mij of om hem?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten